zettingen, spanningen en sterkte van de ondergrond — in 3Dlin.-elastisch + MC-toets (CUR 166)
Wat wilt u berekenen?
toelichting
De tool kan meerdere
geotechnische vraagstukken aan; de invoer daarvoor staat anders allemaal door elkaar. Kies
hier wat u berekent, dan blijven alleen de bijbehorende velden staan. "alles tonen" laat de
volledige invoer zien (en is nodig als u meerdere dingen tegelijk modelleert).
Grondmodel (blok)
toelichting
Maak het blok ruim 2× zo groot als de fundering; een fijner rekenraster is nauwkeuriger maar trager. Klik daarna op BEREKEN. Het blok is onder vast en aan de zijkanten op rol (normaal vast). Houd het model ≥ ~2× zo breed/diep als de fundering, zodat de randen de zetting niet beïnvloeden. Rekenraster = aantal elementen per richting (max 40).
Grondlagen (van boven)
toelichting
Kies per laag een grondsoort — de getallen worden automatisch ingevuld en zijn aan te passen. Richtwaarden NEN 9997-1 Tabel 2.b. Onderste laag loopt door tot de blokdiepte. E = stijfheidsmodulus, ν = dwarscontractie, γ = (nat) volumegewicht, φ′ = wrijvingshoek, c′ = cohesie (Mohr-Coulomb). De constructeur/geotechnicus verifieert.
Fundering / belasting
toelichting
De belasting staat midden op het blok. Grondwater maakt de grond effectief zwakker en telt mee in de toets; veld leeg = geen water. Zonder eigen gewicht zie je puur de zetting/spanning uit de fundering (zettingsbol). De grondwaterstand levert een waterdruk u = γw·(diepte − GWS) die de effectieve spanning (σ′ = σ − u) verlaagt — dat telt mee in de Mohr-Coulomb-sterktetoets (γw = 10 kN/m³).
Scène-objecten (voorbeeldproject)
toelichting
Deze objecten komen uit het gekozen voorbeeldproject en rekenen mee bovenop de gewone invoer
(meerdere lasten, watergang, palen, tunnels). Alle waarden zijn hier bewerkbaar:
pas een positie, afmeting of belasting aan en de berekening loopt opnieuw; met × verwijdert
u één object. Ze worden mee opgeslagen in het .geo3d-bestand. × wissen haalt alles
weg en rekent direct opnieuw.
Ontgraving / bouwkuip (optioneel)
toelichting
Vul een diepte in en de grond in de kuip wordt weggegraven — je ziet hoeveel de kuipbodem omhoog veert. Het weggenomen grondgewicht σv0 komt vrij; de kuipbodem veert op (heave/opbarsten). Increment-analyse: alleen de zuivere ontgravingsrespons. De funderingsbelasting q wordt dan genegeerd.
Tunnel / holte (optioneel)
toelichting
Vul een diameter in en er komt een tunnelbuis in de grond. Zet het snijvlak op voor–achter om er dwars doorheen te kijken. Met betonlining (standaard) krijgt de buis een stijve betonnen ring (E≈10 GPa) rond een holle kern: de buis vervormt mee (ovaliseert). Open holte = onbekiste cavity, pure arching. Met eigen gewicht aan zie je de spanningsboog over de kruin + concentratie bij de flanken (toon σz of τmax). Hartafstand invullen geeft twee buizen.
Damwand (bij ontgraving)
toelichting
Rekent de damwand door: buiging, vervorming en ankerkracht. Ankerniveau leeg = wand zonder anker. Veermodel (Winkler): ligger op elastische bedding, gedreven door effectieve gronddruk + waterdruk, met passieve veren (kh) onder de ontgraving en het anker als veer. Gronddruk standaard neutraal K0 (=1−sinφ′): een stijve/verankerde wand beweegt te weinig voor volledige actieve ontlasting — K0 is de conservatieve keuze (anders wordt M/ankerkracht 15-40% onderschat). Actief Ka alleen voor een flexibele kraagwand. Drained/effectief; richtwaarden verifiëren tegen CUR 166.
CUR 166 — veiligheid & toetsing
toelichting
De uitkomst wordt automatisch getoetst: de zetting tegen de toelaatbare waarde en de sterkte van de grond met veiligheidsfactoren. CUR 166-kader: belasting op rekenwaarde γf·q; zetting tegen de toelaatbare vervorming van de veiligheidsklasse; schuifsterkte via Mohr-Coulomb op de rekensterkte (γφ op tan φ′, γc op c′). Factoren zijn richtwaarden — verifiëren tegen CUR 166/NEN 9997-1. Grondwater telt mee via de effectieve spanning.
Voorbeeldprojecten (realistische NL-bodem)
Voorbeeld laden…
Funderingen & zettingen
Strook op zandzettingsbol onder de strookfundering
Gebouw op palen + metropalen door slappe lagen, buis eronder
Vliegveld · landing ✈dynamisch: 3D-toestel landt, spanning per moment
Dijk / ophogingzettingstrog op slappe klei
Validatie van de rekenkern
IJking (oedometer)FE-validatie tegen q·Σ(h/E_oed)
Controle 2D↔3Dzelfde som in beide solvers
toelichting
Elk voorbeeld zet meteen het juiste veld in beeld: Strook/Klei → zetting, Draagkracht → Mohr-Coulomb-benutting (rode bezwijkzone), Bouwkuip → heave + de damwand-momentenlijn, Tunnel → schuifspanning τmax. De validatie-voorbeelden zetten de FE-uitkomst naast een onafhankelijke referentie (analytisch resp. de 2D-solver) — zo toon je aan dat de kern klopt.
moment
REKENEN…
model opbouwen
Linkermuis sleept = draaien · scroll = zoomen · stramien: sleep een as, dubbelklik = hernoemen / meetpunt op snijpunt.
Legenda symbolen
Stramien-as (cijfer 1·2·3, dwars op x)Stramien-as (letter A·B·C, dwars op y)Meetpunt (lokale zetting-uitlezing)Grondwaterstand (▽ GWS)Fundering / belastingsvlak
zetting (mm)
0–
Resultaat
3D grond-FEM (Hex8-continuüm, lineair-elastisch) · CUR 166-kader: veiligheidsklasse + γf·q + vervormingstoetsing + Mohr-Coulomb op de rekensterkte (γφ/γc) + grondwater (effectieve spanning) + gefaseerde ontgraving (heave) + damwand-veermodel (momenten + ankerkracht). Indicatief; de constructeur/geotechnicus beoordeelt.
Projectinstellingen ✕
Deze gegevens worden bij het model opgeslagen (.geo3d) en in de kop van het RTF-rapport gezet.